Mijn vriend

Door Niels Flick.Niels Flick

Ik was vrolijk. Het was een zomerse dag in augustus. Ik was thuis bij mijn ouders. Althans, ze kwamen net thuis. Als een blije hond begroette ik ze, maar mijn enthousiasme kaatste af van hun strakke gezichten. Nog onbewust van de reden van hun serieuze gelaat, probeerde ik nogmaals het ijs te breken; waarschijnlijk met een flauwe grap. Ook deze poging faalde hopeloos.
 
“Even niet Niels, we moeten je iets heel serieus vertellen”. De ernst in de stem van mijn vader deed mijn vrolijkheid verdwijnen als sneeuw voor de zon. Allerlei rampscenario’s schoten in mijn gedachte voorbij, vooral denkend aan mijn opa en oma. Mijn ouders maanden mij op de bank te gaan zitten. “We komen net bij Sandra en Vincent vandaan”, ging mijn moeder verder. “Het gaat over Bas”. Toen ik dat hoorde, wist ik genoeg.
 
Bas en ik leerden elkaar kennen op de basisschool, waar wij al snel naar elkaar toe trokken. Er bloeide een fijne vriendschap op. Na schooltijd sjeesden we achterop de scootmobiel van moeder Sandra naar Bas’ huis om samen te spelen. Buitenspelen, gamen, voetballen; zoals dat gaat bij jochies van een jaar of acht.
 Naarmate we ouder werden, zagen we elkaar niet meer dagelijks. Bas en ik gingen naar een andere middelbare school. Ons contact werd onregelmatiger, maar onze vriendschap verwaterde nooit.
 
In de laatste jaren hadden wij weer dagelijks contact. We appten over onze gemeenschappelijke interesses en verwonderden ons over de rare wereld waarin wij leefden, altijd ingeleid door een levendige en humoristische anekdote van Bas.
 We spraken ook weer regelmatig af. Ik zie hem nog voor de deur staan: goed gekleed, gespierd en een vriendelijke glimlach op zijn gezicht. Dankzij zijn charmante voorkomen en kenmerkende humor was Bas een graag geziene gast bij ons thuis.
 
Uren en uren spendeerden wij samen, gamend en pratend over onze gedeelde passie voor muziek. Maar nooit hadden we het over ons persoonlijk leven. Niet dat we dat onderwerp expres meden; het kwam gewoon niet ter sprake. En dat was prima. Tenminste, zo voelde ik dat. Ik wist wel wat Bas bezighield – zijn moeizame laatste schooljaren, vriendinnetje in Canada en ergernissen thuis – maar ik kreeg dat allemaal indirect te horen. Bas begon er niet zelf over en ik vroeg er al helemaal niet zelf naar. Ik wist niet precies wat er in zijn hoofd omging.
 
Toch wist ik meteen wat er gebeurd was toen mijn ouders op die zomerdag in augustus over Bas begonnen. Zonder dat ze het expliciet noemden, wist ik wat er met Bas aan de hand was. Hij was dood. Hij was zelf uit het leven gestapt.
Het was een donderslag bij heldere hemel, voor ons allemaal. Niemand zag aankomen dat Bas een einde aan zijn leven zou maken. En toch… Toch hadden mijn ouders maar een paar woorden nodig om het mij duidelijk te maken: “Het gaat over Bas”.
Hoe kan de zelfdoding van Bas zo onverwachts voor mij zijn en tegelijkertijd zo snel te bevatten? Ben ik blind geweest voor zijn wanhopige gevoelens, maar heeft mijn onderbewuste deze wel opgepikt? Heb ik de donkere gevoelens van Bas bewust genegeerd door over ‘makkelijke’ onderwerpen te praten? Had ik kunnen weten hoe hij zich écht voelde?
 
Ik denk dat dit vragen zijn die vaak voorkomen in de gedachten van dierbaren bij een onverwachtse zelfdoding. Vragen die allemaal leiden tot een hoofdvraag: had ik de zelfdoding kunnen voorkomen? Gelukkig ben ik niet lang ik deze gedachtestroom blijven hangen. De wereld is niet zo maakbaar als we soms hopen. Zeker niet als het gaat om mentale gezondheid.
 
De ‘waarom’-vragen omtrent de dood van Bas vervagen langzaam. Het verdriet blijft.
Gelukkig ook de mooie herinneringen. Onze laatste zomervakantie samen. Bas met mijn gezin mee naar Engeland. Frisbeeënd in het weiland. Debaterend over de uitspraak van het woord ‘scones’ (conclusie: met een ò, zoals in “kom”, volgens de serveerster; uiteraard had Bas gelijk).
 
Tijdens deze reis bezochten we het kleine dorpje Tanworth-in-Arden. 51 weken in het jaar is daar niks te beleven. Wij waren er in die ene week, waarin de bekendste oud-inwoner van het dorp werd herdacht: singer-songwriter Nick Drake. Het was de laatste muzikale ontdekking van Bas en mij; mijn vader was al langer fan van deze artiest die overleed in de jaren 70.
De gelijkenissen tussen Drake en Bas zijn opvallend. Lange mannen met bruin golvend haar. Slim, talentvol, maar strijdend tegen hun innerlijke demonen. Beiden helaas op jonge leeftijd hun strijd verloren.
 
In de dorpskerk werden die week de nummers van Drake vertolkt. Drake luisterde vanuit zijn graf op de begraafplaats mee. Op zijn graf staat een zin uit het laatste nummer van zijn laatste studioalbum: “Now we rise, and we are everywhere”. Mooi gezegd, Drake. Bas is niet weg, hij is overal.


4 gedachten over “Mijn vriend”

  1. Wat een ontzettend lief verhaal van een dierbare vriend, Niels.
    Onze zoon had met zijn beste vriend en gedeelde liefde voor muziek uit het Middenoosten. Dit gaf ook verbondenheid.
    Je kan ook niet op die leeftijd bedenken als je ziet dat iemand nog zo gepassioneerd is, dat hij of zij het leven loslaat.
    Wat fijn dat je zulke mooie herinneringen aan Bas koestert

    Beantwoorden
  2. Wat ontzettend mooi geschreven en zeer waardevol voor de ouders van Bas. Het verdriet komt bij mij juist nog harder binnen als het om een verhaal van beste vrienden gaat. Die hebben juist een intense band met de overledene gehad en andere herinneringen doorgemaakt dan de familieleden. Vaak wordt dat verdriet vergeten.

    Beantwoorden

Laat een antwoord achter aan Sandra Rodenburg Reactie annuleren